Overslaan en naar de inhoud gaan
Art and museum - Hellen van Meene - De Zeven Werken van Barmhartigheid: Dress the poor
Art and museum - Hellen van Meene - De Zeven Werken van Barmhartigheid: Dress the poor

Hellen van Meene

Hellen van Meene ontvangt mij in haar woning in Heiloo, een kleurrijk huis vol vorm en kleur. Kunst uit alle werelddelen, een wand vol boeken, veelal over kunst, een diversiteit aan attributen die zij gebruikt heeft voor haar werk. Een huis waar je blij van wordt. Hellen: ‘Ik ben nooit volwassen geworden, ik vind het gewoon leuk.’.

Hellen van Meene:

Als meisje was ik creatief, ik was meer een bouwer dan een speler. Als het proces van bouwen af was, was voor mij het plezier er af en bedacht ik weer iets nieuws. Ik creëerde van alles, maakte zelf mijn kleding. Maar bouwen was favoriet.

Op school was ik een lastig meisje. Ik was klein voor mijn leeftijd, had een brilletje op en keek heel onschuldig. Toen ik vier jaar was, kwam de lerares van de kleuterklas al bij mijn ouders aan de deur. Zij kon mij niet aan, ik was op school niet op mijn plaats en was erg onrustig. Toch was ik ambitieus en haalde ik goede cijfers.  

Mijn ouders gaven ons creativiteit mee, vooral mijn moeder. Op jonge leeftijd kreeg ik een speelgoedcamera en vanaf dat moment liet het fotograferen mij niet meer los. Mijn eerste camera was een Praktica camera, daarmee klierde ik vooral met mijn vriendinnen. Op mijn 16e deed ik een eerste poging toegelaten te worden tot de Gerrit Rietveld Academie, maar zij vonden dat mij nog te jong, dus ging ik eerst HAVO doen. Op mijn 18e werd ik alsnog toegelaten tot de opleiding Fotografie.

De vrijheid op de opleiding en het zelfstandig werken pasten mij als een jas. Ik werkte hard, maakte mijn werk, ging naar huis en maakte nieuwe foto’s. Ineens was ik de beste leerling van de klas, de lieveling van de leraar, dat kende ik niet. Het werd mij duidelijk dat alles uiteindelijk goed komt, als je maar luistert naar wat je graag wilt doen. Zelfs als die weg lastig is. 

Door deel te nemen aan een uitwisselingsprogramma kwam ik op het Edinburgh College of Art terecht. Drie maanden lang was ik helemaal op mijzelf aangewezen. Op straat sprak ik wildvreemde mensen aan die ik wilde fotograferen. Mijn eerste model was een jongetje met een onregelmatig gezicht, prachtig. Daar merkte ik dat ik overtuigingskracht had, ik laat mensen zien dat ik oprecht geïnteresseerd ben. In Edinburg had ik mijn stijl te pakken. 

Gemeentelijke Kunstaankopen Amsterdam kocht zes van mijn eindexamenwerken aan, dat was bijzonder al realiseerde ik mij dat destijds niet zo. Vrij snel na mijn afstuderen kreeg ik opdrachten aangeboden maar ik sloeg alles af. Anderen verklaarden mij voor gek, ik kon veel geld verdienen in de wereld van de modebladen. Maar ik wilde eerst mijn eigen handschrift verder ontwikkelen en ging mijn eigen weg. Het is niet verkeerd als je meteen in de wereld van de opdrachten terecht komt, maar het maakt het lastiger om jezelf te ontdekken. Ik wist goed wat ik wilde, altijd al. 

Ik maak portretten van adolescente meisjes en jongens, die niet per se aan een ideaalbeeld voldoen. Door modebladen worden foto’s van prachtige meisjes vaak digitaal bewerkt omdat zij niet voldoen aan de norm van een modemerk. Tegen die nepwereld heb ik altijd aangeschopt. Wij zijn niet meer gewend te kijken naar echte mensen op straat, mensen zoals jij en ik. Door jongeren uit het straatbeeld te halen en te fotograferen, haal ik iets moois naar voren dat al in ze zit. Of ze al dan niet voldoen aan schoonheidsnormen, daar heb ik geen boodschap aan. Voor mij is het interessant dat ze zich er beter door gaan voelen, voelen dat zij de moeite waard zijn. 

Er zijn mensen die zich ongelukkig voelen omdat ze niet perfect zijn. Dit gevoel wordt gevoed doordat wij in de media kijken naar een nepwereld. In mijn foto’s zie je de schoonheid, de echtheid van mensen. Je ziet ook minder mooie kanten maar dat geeft gelaagdheid aan de foto. Dat is niet lelijk, dat is mooi op een manier waarin wij ons kunnen herkennen. Voor mij is dat een doel. Ouders van tieners die ik jaren geleden fotografeerde, bedankten mij omdat het zelfbeeld van die kinderen beter werd door foto’s van ze te maken. Het zijn kleine stapjes op de weg, maar ik heb een verschil gemaakt. Door mijn foto’s laat ik zien dat er een andere mooie wereld is, gebouwd op mensen zoals jij en ik.

Mijn modellen ontmoet ik meestal op straat. Ik spreek ze aan, vertel waarom ik ze graag wil fotograferen en wat de bedoeling is. Omdat ik eerlijk en duidelijk ben, gaan zij vaak vol vertrouwen met mij mee. In Berlijn ontmoette ik een bijzonder meisje, met vrij uitbundige make-up. Twee uur later fotografeer ik haar op de hotelkamer met bloeddoorlopen ogen voor de foto ‘Wraak’ voor de serie ‘De zeven zonden’. Zij kwam mee en poseerde, dat komt doordat ik dat draag. Ik neem ze mee in mijn sfeer, ik geef. Het is mijn energie, ik breng ze verder of daag ze uit. Die kracht heb ik ook nodig, want ik heb een visie en die wil ik overdragen. Ik arrangeer alles, de kleding, het draperen van de stof, de haren en de ruimtelijke omgeving, waarbij het natuurlijke licht een grote rol speelt. 

Als het goed voelt, stap ik erop af. In 2007 reisde ik met mijn gezin door Amerika met een camper. We stonden ergens stil en ineens rende een man rond die schreeuwde dat iemand een pistool had. In een wijk daar in de buurt was de sfeer niet prettig, toch heb ik daar foto’s gemaakt. Als ik denk dat het goed is, doe ik dat. Als ik in mijn energie zit en mij goed voel, voel ik intuïtief wat er moet gebeuren. Dat intuïtieve heeft altijd in mij gezeten.

Voor Time Magazine maakte ik een foto van Greta Thunberg, op haar verzoek ging ik naar Zweden met de trein. Tijdens een tussenstop in Denemarken werd ik min of meer geleid naar een pop-up winkeltje. In het winkeltje hing een diversiteit aan designkleding, waaronder de groene jurk die Greta op de foto gedragen heeft. Deze jurk kocht ik voor mijzelf, ook de rok die zij op de foto onder deze jurk draagt is van mij. De rok moest ik voor mijn gevoel meenemen, al is hij niet fijn om in te reizen. Achteraf combineerden de beide kledingstukken perfect voor de foto. 

Greta is een sterke persoonlijkheid en ik realiseerde mij dat ik niet zomaar kon zeggen; ‘Ga jij dit even aantrekken?’, maar ik wilde ook niet de zoveelste foto maken in typische tienerkleding. Time Magazine vroeg mij deze foto te maken, dan creëer ik mijn eigen sfeer. Het moet wel toegevoegde waarde hebben mij naar Zweden te laten reizen. De kleding die ik gebruik voor een foto zijn onderdeel van het verhaal dat ik wil vertellen.

Vlak voor het maken van de foto droeg ik zelf de groene rok, ineens realiseerde ik mij dat Greta deze moest dragen. Ik vroeg mijn assistente een andere rok voor mij te halen. Groene kleding, vanwege het milieu en alles waar zij voor staat. In de buurt van het parlement was een weg afgesloten met grijze zeildoeken. Toen ik achter de doeken keek zag ik dat het een soort industriële toegang was tot een kantoor. Op de foto lijkt het een kloostergang, door het licht en de zuilen. Daar had ik geen last van andere mensen, bovendien was het licht werkelijk prachtig. 

Ik vertelde Greta waar ik de foto wilde maken en de reden waarom ik wilde dat zij de groene kleding aan zou trekken. Haar verhaal gaat niet per se over een jong meisje, haar verhaal is tijdloos en gericht op de toekomst. Ze heeft een belangrijke boodschap die serieus genomen moet worden. De donkere kleur van het beton vertelt dat er straks geen leven meer is, terwijl het groene juist voor het leven staat. De sneakers zijn een verwijzing naar haar jeugd. Ik wilde de foto naar een hoger niveau tillen, een icoon maken. Dat is wel gelukt, de foto gaat de hele wereld over. Zo heeft elke foto zijn eigen verhaal.

Van de directeur van het Van Gogh Museum, die ook beheerder is van de Mesdag Collectie in Den Haag, kreeg ik de opdracht een foto te maken die op de plaats kon hangen van een schilderij van Jean-François Millet. Het werk Hagar en Ismaël ging op reis, de lijst van het werk was te groot en te kwetsbaar om mee te reizen. Het was een uitdaging, het Bijbelse verhaal gaat over een minnares die haar kind achter moet laten. Dit was mijn eerste Bijbelse opdracht, waarbij ik moest reageren op een schilderij. Je wordt in een kader gedwongen waarbij je iets moet uitbeelden dat met het schilderij te maken heeft. De series ‘De Zeven Werken van Barmhartigheid’ die ik maakte voor een expositie in De Grote Sint Laurentkerk in Alkmaar en ‘De zeven zonden’ die geëxposeerd is in oktober in Het Hof in Bergen tijdens De Kunst10Daagse, waren een mooi vervolg op de Bijbelse foto die ik maakte voor de Mesdag Collectie. 

Toen ik nadacht over de foto voor het werk van Millet, bedacht ik mij dat vrouwen tegenwoordig zoveel moeten kunnen. Als wij vrouwen bij wijze van spreken gelijk moeten zijn aan mannen, kunnen we vrouwen wellicht ook een baard aanmeten. Sint Ontkommer is een fictieve vrouwelijke heilige uit Engeland, zij is ontstaan vanuit een legende. De jonge prinses moest trouwen met de koning van Sicilië, maar zij wilde kuis leven en non worden. Zij vroeg God om een oplossing en hij gaf haar een zwarte baard. Haar vader was zo boos dat hij besloot haar te kruisigen, net als de door Ontkommer vereerde Jezus. Het spelen met baarden was fantastisch om te doen. 

Ik gebruik vaker vrouwelijke modellen dan mannelijke omdat vrouwen zowel een broek als een rok kunnen dragen. In onze westerse samenleving hebben wij bedacht dat het dragen van een rok voor mannen niet kan, terwijl het in moslimlanden heel gewoon is. In Schotland lopen mannen in een kilt. Maar als jouw man een jurk aantrekt zijn we allemaal een beetje in de war. Dus maak ik geen foto van een jongen in een rok, want dan kom ik in een discussie terecht waar ik helemaal niet over wil vertellen. Soms vertelt een bepaalde stof precies wat ik bedoel, of blote benen bijvoorbeeld. Een vrouw met een baard kan ook ingewikkeld worden, maar omdat het subtiel was bleef ik uit de discussie. Mensen denken soms verder dan hetgeen ik in een foto gestopt heb. Dat is interessant, want je stapt mijn wereld in en eigenlijk weet je het niet. 

Uiteindelijk kan ik alles maken, maar ik blijf trouw aan mijn eigen handtekening. Voor de serie ‘De Zeven Werken van Barmhartigheid’ moest ik thema’s uitbeelden als ‘Bezoek de gevangenen’. Als ik een toneelstuk toon in de foto’s, beperk ik de denkwijze die ik in beweging wil zetten. Je krijgt een mooi plaatje, maar ik wil dat je niet meer weet wat in mijn foto’s echt is en wat niet. In een goed geregisseerde film kan dit ook gebeuren, je kent de acteur en weet dat het niet echt is, maar door zijn talent neemt hij je mee. Als ik een toneelstuk toon ontstaat een laag tussen mij en de kijker. Dan blijf je naar bedenksels van plaatjes kijken. Ik vind het mooi als je echt kunt verdwijnen in een beeld en mee gaat in mijn verhaal.

Het is aan de regisseur, de fotograaf of de schilder om de kijker iets te tonen van zijn wereld, want je bent zo arrogant dat je denkt dat je iets te vertellen hebt. Ik vind het mooi als je niet kunt zien in welke tijd mijn foto gemaakt is, het moet wringen. Welke invulling de kijker eraan geeft maakt mij niet uit, je hoeft niet te volgen wat in mijn hoofd zit. Misschien is jouw interpretatie mooier en breder dan wat ik oorspronkelijk bedacht. Op het moment dat de foto gemaakt is, gaat hij de wereld in en is mijn werk gedaan.

Een kunstwerk koop je omdat je potentie ziet in het werk. Voor mij is het niet relevant of een werk in een interieur past, het past al dan niet in een collectie. Een kunstverzamelaar houdt zich totaal niet bezig met de kleur van zijn bankstel thuis, het gaat om de kunst.

Musea bezoeken met kinderen is belangrijk, tonen wat er in de wereld gebeurt. Zo leren ze dat je je eigen denkbeelden mag maken, ze ontdekken dat er meer leeft en gaan anders tegen zaken aan kijken. Zij ontwikkelen een minder beperkt beeld van hoe alles eruit hoort te zien. Dit komt in hun latere leven van pas, welk beroep ze ook uit gaan oefenen. 

Mijn bekendheid verkreeg ik met de foto’s die ik maakte van pubers, maar ik heb zoveel meer gedaan. Ik werk met natuurlijk licht, het komt altijd goed. Als ik morgen half vijf met jou afspreek, weet ik niet hoe het licht en de zon op dat moment mee zullen werken. Als door een wonder krijg ik elke keer wat ik zoek, dat ene moment, daar gaat het om. Dat het juiste licht op het juiste moment daar is. Dat is bijzonder. Het is fijn als mensen geloven in het werk dat ik maak. Mijn werk wordt gezien, hoe mooi is dat?

 

Hellen Van Meene is bekend vanwege haar intrigerende portretten van adolescente meisjes en vrouwen, maar haar werk omvat ook foto’s van jongens, stillevens en dieren. Haar foto’s onderscheiden zich door het voortreffelijk gebruik van het licht, de zorgvuldige en elegante composities en een tastbare psychologische spanning. Van Meenes natuurlijke voeling met de wereld van de puberteit, in combinatie met de intieme band die ze weet te creëren met haar modellen, zorgt ervoor dat haar krachtige portretten een diepe indruk nalaten. Haar foto’s zijn opgenomen in collecties van vele vooraanstaande musea, waaronder Guggenheim en MoMA in New York. 

Meer informatie over haar werk en exposities: www.hellenvanmeene.com

 

21 februari 2020
Interview en tekst: Monique Bakker